Recent is het boek ‘Onderwijs van Onderen[1]’ uitgekomen van een 5 vwo klas van het Berlage Lyceum in Amsterdam. Ze ervaren veel van hun onderwijs als zinloos, betekenisloos en zonde van de tijd. In mijn ogen een duidelijk signaal dat er iets mis is met ons onderwijssysteem. Een signaal van jonge mensen naar wiens stem er binnen het onderwijs nooit wordt geluisterd. Het krachtige van dit boek vind ik is dat dit niet gaat over een ‘probleem’ school of ‘probleem’ leerlingen. Het Berlage Lyceum staat bekend als een succesvolle school en de leerlingen die het geschreven hebben doen dit jaar eindexamen. ‘Onderwijs van Onderen’ biedt een kans om wèl naar de leerlingen te luisteren.

Om het boek structuur te geven hebben ze quotes van het rapport Ons onderwijs2032[2] gepakt en gekeken wat er op hun school gebeurt. Een voorbeeld uit Ons onderwijs2032:

‘Basis vaardigheden die leerlingen nodig hebben om maatschappelijk te kunnen functioneren. Het kerncurriculum beschrijft de leerdoelen voor taalvaardigheid, rekenvaardigheid, digitale geletterdheid en burgerschap’.

Wat komt hiervan terecht bij talen? Engels en Nederlands zijn niet zo’n probleem, meestal worden de doelen hiervoor wel gehaald. Maar hoe zit het met bijvoorbeeld Frans en Duits? De meeste mensen spreken deze talen nauwelijks na de middelbare school. Filine Peek stelt dat dit komt omdat veel leerlingen denken dat ze veel vakken later niet meer nodig zullen hebben. Ze schrijft dat dit geen probleem is omdat zelfs met een krakkemikkig niveau van Frans het mogelijk is om het eindexamen te halen. In haar woorden: “Het probleem van het onderwijs is dus dat de focus alleen maar ligt op die examens… “

Hoe zit het met gymles? Ons Onderwijs2032:

‘Scholen geven op hun eigen manier invulling aan beweging en gezondheidsaspecten’.

Veel leerlingen worden er onzeker van en sportieve leerlingen worden niet uitgedaagd. Cato Hindriks schrijft: “Een verspilling van tijd want je doet toch niks, …… Het onderwijs wil leerlingen stimuleren om te bewegen, maar zoals het huidige schoolsysteem in elkaar zit, mist het zijn doel. Gym zoals het nu wordt aangeboden is daarnaast niet stimulerend voor de leerling, omdat bewegen gekoppeld wordt aan cijfers.”

Cijfers worden natuurlijk niet alleen bij gymles gegeven. Toetsen is nu wijdverbreid. Ons Onderwijs 2032 stelt:

‘Het is belangrijk dat leerlingen toetsing ervaren als een manier van leren. Toetsen hebben in die zin een formatieve functie.’

Hoe is het gesteld met die formatieve functie? Dragen toetsen bij aan het leren, of is het leren er voor de toetsen? Sterre de Jong Luneau en Summer Carroll laten zien dat toetsing helemaal geen goed beeld geeft van vorderingen. Ze stellen dat er wel veel wordt ‘gestudeerd’ voor toetsen, maar dat hier niets van geleerd wordt: “Leerlingen zoals wij leren op korte termijn en meer voor het cijfer, daarna vergeten we alle kennis die we hebben opgedaan.” Hiermee geven ze aan dat in het huidige model niets wordt geleerd van toetsen en dat het alleen om de cijfers gaat. Cijfers bepalen immers of je over gaat. Toetsen gaat over afrekenen en niet om leren. Ze concluderen: “Om leerlingen vooruit te helpen moet er naar een andere manier van toetsen gekeken worden of moeten toetsen helemaal afgeschaft worden.”

Hoe kijken de leerlingen aan tegen alle tijd die ze aan de lessen besteden? Christina Abaskharoun moet iedere week weer wennen aan het begin van een nieuwe schoolweek met gemiddeld 7-8 lesuren per dag, elke dag opnieuw. Ze schrijft dat het haar niet lukt om zich de hele dag door te concentreren. “Van ‘s ochtends vroeg tot laat in de middag in het zelfde gebouw constant kennis moeten opdoen duurt naar mijn mening te lang. Hier moet verandering in komen.” Zij wil dit veranderen door leerlingen veel meer invloed te geven op hoe ze hun schooldag besteden. Yannis van den Elshout stelt dat de lestijd in Nederland vaak inefficiënt wordt gebruikt. Kortere lesdagen zijn efficiënter, zowel voor leerlingen als leraren. Hij zegt: “Ik zelf ervaar mijn lessen zeer regelmatig als zinloos, onnodig en onbruikbaar”. Het valt hem op dat de concentratie vaak zeer slecht is omdat leerlingen de hele dag informatie moeten verwerken. Het platform Onderwijs2032 stelt dat er naast een vaste basis, veel ruimte moet bestaan voor een gevarieerd aanbod, passend bij de ontwikkelingsfasen van leerlingen. Dit gevarieerde aanbod is iets wat Yannis ontzettend mist op de middelbare school: “De lesdagen zijn er lang en er is weinig tot geen aanbod voor verbreding of verdieping van kennis en vaardigheden buiten de vaste basis om.”

Jasmijn Blom en Lois Owusu Mensah stellen dat scholieren vaak niet weten wat het doel van hun onderwijs is. Ze gaan alleen maar naar school omdat het moet. Ze vragen zich af wat de regering nou het voornaamste doel van het onderwijs vindt en of scholieren het daarmee wel eens zijn. Ook zij pleitten voor meer inspraak en vrijheid voor leerlingen: “De regering moet praten met de leerlingen en als dat al is gebeurd, moeten ze hun meningen ook echt gebruiken in het vormen van het ‘nieuwe’ onderwijs. Luister naar de leerlingen, geef ze een doel, zodat ze niet op school zitten met het gevoel dat het tijdverspilling is. Als de regering wil dat kinderen hun talenten ontwikkelen; geef ze de ruimte, want leerlingen merken er niks van.”

Ook Ons onderwijs2032 vindt zelfsturing als voorbereiding op de maatschappij belangrijk:

Burgers zijn in toenemende mate op zichzelf aangewezen als het erom gaat hoe ze hun leven inrichten en zin kunnen geven. Dat doet een beroep op hun vermogen verantwoorde keuzes te maken en een eigen koers te varen. Ook in hun werk en als burger zal veel zelfsturing van hen worden verwacht.”

Sarah Luijting vraagt zich af wat zelfsturing zou moeten zijn: “Dus leerlingen moeten zelf verantwoordelijk zijn over wat en hoeveel ze leren?” Vervolgens concludeert ze dat hier nog niet zoveel van terecht komt: “Leerlingen (worden) gestraft als ze niet het precieze schema van de docent volgen. Ze moeten nablijven als ze hun huiswerk niet hebben gedaan en er wordt tegen hen geschreeuwd als ze niet opletten in de les.”

Welke rol spelen docenten bij het leren op school? Sara Duisters is daar na zes jaar middelbare school vrij duidelijk over. Zij concludeert: “dat de manier van lesgeven een van de grootste problemen is. Veel leraren hebben een grote hoeveelheid academische kennis, maar weten hun leerlingen hier niet mee te inspireren.”. Wolf Gerrits ziet als de beste oplossing veel minder lessen en veel meer vrijheid voor scholieren: “Omdat leraren niet veel toevoegen besteed je twee keer zoveel tijd aan iets wat je zelf makkelijker had kunnen leren. Om goede cijfers te halen is de hulp van docenten niet nodig. Ik heb dus de afgelopen vijf jaar het meeste zelf geleerd, zonder de hulp van een docent.”

Vrijheid en autonomie voor leerlingen is een terugkerend thema en het gebrek hieraan leidt tot demotivatie. Teun Hennink: “Zelf zit ik nu op de middelbare school met een vrij lage motivatie en ik ben er vrij zeker van dat ik niet de enig scholier ben die met dit probleem te maken heeft.” Elise van ’t Hof gaat elke dag met tegenzin naar school en komt vermoeid weer thuis. “Ik ga naar school omdat het moet. (….) Iedere dag is er een grote groep leerlingen die met tegenzin naar school gaat. Ze missen motivatie. Haar conclusie: “De leerling moet genoeg autonomie krijgen, zodat motivatie wordt bevorderd en daardoor betere prestaties worden neergezet. Autonomie betekent zelfstandig zijn, zelf bepalen wat je doet.”

Freek van der Heide ziet waar het gebrek aan autonomie vandaan komt, hij beschrijft de leerplicht als een hel en vat zijn school als volgt samen: “Vijf dagen per week, gemiddeld zeven uur per dag naar school. Dag in dag uit. Van je vierde tot je achttiende. Straffen bij te laat komen, verplichte vakken, oninteressante en totaal overwerkte leerkrachten. Anno 2017 is dit hoe het onderwijs eruit ziet. Ga in een gemiddelde middelbare schoolklas zitten en het onvermijdelijke gevoel dat je in een totalitair strafkamp vol ongeïnteresseerde gedetineerden zit, is binnen de kortste tijd vast gepind in je hersenen. De leerplicht is ooit bedacht in 1901 in Nederland om een hoop kleine arbeidertjes weg te halen uit de fabriekslucht, net na de grote industriële revolutie. Inmiddels is het juist die verplichting die school tot zo een ongelofelijke oninteressante bende maakt. De gevolgen zijn weerzinwekkend; totale verveling en desinteresse in het onderwijs, ik maak het dagelijks mee. Slapen in de les, niet opletten, rebelleren tegen de leraren of gewoon lekker blowen voor de les begint. Er zijn heel weinig leerlingen die de hele dag met school bezig. Het systeem werkt niet. Leerlingen willen niets liever dan naar huis en vrij zijn. Van intrinsieke motivatie is nauwelijks sprake. (…) De overheid dwingt miljoenen kinderen tot iets waar ze enorme aversie tegen hebben. Het is een soort dwangarbeid in jezelf ‘ontwikkelen’. Al die verspilde uren die leerlingen verplicht moeten uitzitten op school waarin zij helemaal niets doen.”

“De leerplicht is een wet die de vrijheid en het geluk van ongelofelijk veel mensen in diskrediet brengt. Het is een wet die daarbij heel demotiverend werkt. (..) Als je de leerplicht afschaft, wordt jezelf ontwikkelen weer een keuze die gebaseerd is op intrinsieke motivatie.”

Mensenrechten

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is geratificeerd in 1948. Deze verklaring geldt voor alle mensen, dus ook voor leerlingen op school. De VN vindt mensen onder de 18 jaar zo belangrijk dat er in 1992 zelfs een apart verdrag voor hen is gemaakt, het Verdrag van de Rechten van het Kind. Hierin worden de mensenrechten voor kinderen nader uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld het recht op leven en ontwikkeling, het recht op participatie en hoorrecht, vrijheid van gedachten, bescherming tegen mishandeling, recht om een school naar eigen inzichten op te richten, recht op rust, vrije tijd en om te spelen en bescherming tegen kinderarbeid.

De voorbeelden van het Berlage Lyceum laten zien dat het in het onderwijs misschien nog niet zo goed is gesteld met veel van deze mensenrechten. De vraag is daarmee of het onderwijs de toekomst van deze leerlingen niet juist schaadt, en niet alleen hun toekomst. Ook tijdens de schooltijd kan het onderwijs een inbreuk maken op het leven van leerlingen in en buiten school. Ines Maiguashca Sorensen laat zien wat het vele schoolwerk en huiswerk om de toetsen maar te halen met haar doet. De school eist veel van haar tijd en energie en dit veroorzaakt bij haar grote stress “Zelf heb ik altijd het gevoel dat ik nooit klaar ben. Ik kan nooit normaal en goed uitrusten omdat ik altijd het gevoel heb dat er nog iets is wat ik moet doen. Door nooit rustig aan te kunnen doen, ben ik continue gestrest en dit beïnvloed de rest van mijn leven en mijn houding tegenover mijn familie en vrienden. Het heeft zelfs invloed op mijn interesses waar ik van nature gemotiveerd voor zou moeten zijn, maar vanwege school kom ik er niet aan toe. (…..) Ik ben aan het overleven van week tot week.”

Dit zijn allemaal voorbeelden van grote negatieve impact op de ontwikkeling en het welzijn van een aantal leerlingen van ons onderwijssysteem. Dit gaat voor veel leerlingen door, dag in dag uit. Ik zou iedere ouder, docent, schoolbestuurder, ambtenaar en Tweede Kamerlid willen vragen actie te ondernemen om mensenrechten binnen school te realiseren.

[1] Onderwijs van Onderen, 5vwo Filosofie Berlage Lyceum, (2017) ISVW Uitgevers, Leusden

[2] Ons onderwijs2023, eindadvies, januari 2016, Platform onderwijs2032