Het verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind, verankert het recht van kinderen op onderwijs dat kindvriendelijk is, ze zeggenschap geeft en dat mogelijk maakt dat kinderen alle mensenrechten genieten. Toch maakt het verdrag onderwijs ook ‘verplicht’. Is dit niet tegenstrijdig?

Origineel van Je’anna L. Clements gepost op 15 oktober 2017 op de website van de Alliance for Self-Directed Education. Je’anne is een kinderrechten veteraan en een ‘unschooling’ moeder. Ze is auteur van het e-book, Help! My Kids Hate School, en het e-book dat binnenkort uitkomt, The Child’s Right to Education’. Ze is oprichter en vrijwilliger op van ‘Riverstone Village’, de eerste Sudburyschool in Zuid-Afrika. Help haar door haar op Patreon te ondersteunen. 

Het verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind begint de beschrijving van het recht op onderwijs van het kind met de volgende woorden:

“(1) De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op onderwijs, en teneinde dit recht geleidelijk en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, verbinden zij zich er met name toe:

a. primair onderwijs verplicht te stellen en voor iedereen gratis beschikbaar te stellen;” (artikel 28, verdrag van de Verenigden Naties inzake de rechten van het kind, VN algemene vergadering, 1989).

Het is gemakkelijk om je voor te stellen hoe deze formulering tot stand is gekomen. Dit is een combinatie van drie zeer verschillende agenda’s.

Drie verschillende agenda’s om onderwijs verplicht te stellen

Ten eerste en waarschijnlijk het belangrijkste punt, de erkenning dat kinderen kwetsbaar zijn en vaak worden geëxploiteerd door gewetenloze volwassenen. Hoe kunnen kinderen onderwijs krijgen als ouders hen thuishouden om het huishouden te doen, of om te werken, of te gaan bedelen voor de familie? Hoe kan een kind onderwijs krijgen als niemand het enige steun of middelen geeft? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat elk kind de mogelijkheid heeft zich te ontwikkelen? Het kàn niet vrijblijvend zijn voor de overheid om middelen beschikbaar te stellen. Het kàn niet vrijblijvend zijn voor ouders om hun kinderen te ondersteunen gebruik van deze middelen te kunnen maken. Waar overheden en ouders het recht van kinderen op onderwijs niet willen ondersteunen, moeten ze hiertoe verplicht worden. Volwassenen moeten een bepaald niveau van elementair onderwijs ondersteunen.

Ten tweede, een veel meer verborgen en vileine agenda. Onderwijs is een fantastisch middel voor socialisatie en indoctrinatie. Het vormt burgers. Het kan gebruikt worden om tradities en gebruiken te vernietigen en te vervangen met koloniale waarden of de partijlijn. Het kan gebruikt worden om dissidenten te onderdrukken en te laten conformeren. Om dit te bereiken hebben we standaard en homogeen onderwijs nodig voor de groepen die we willen onderdrukken. Het moet algemeen zijn. Sommige zullen zich verzetten, dus het moet verplicht zijn.

Ten derde, en volgens mij de meest verraderlijke agenda, is geworteld in een diep vooroordeel tegen kinderen, zo diep, dat het meestal niet bewust is. We willen graag geloven dat we niet een ‘childist’[1] zijn, en toch, net zoals vele kolonialen en slavenhouders ooit echt geloofden dat mensen met een donkere huid dom waren en niet in staat om hun eigen leven te leiden zonder paternalistische leiding, of de ‘nobele wreedheid’ van slaven romantiseerden; net zoveel mannen geloofden dat vrouwen dom en incompetent waren, of dat feminisme inbreuk zou maken op hun ‘vrouwelijkheid’; veel van ons voelen diep in hun hart dat kinderen impulsief en onverstandig zijn en dat ze geen wijze beslissingen kunnen nemen. Dat kinderen, wanneer we ze zeggenschap geven, ze hun kinderlijke onschuld verliezen. Dan geloven we dat kinderen beschermd moeten worden tegen ….zichzelf. We nemen dan aan dat we ze moeten dwingen gezond voedsel te eten in plaats van junkfood en dwingen ze naar school te gaan, omdat ze anders niets leren. De rechten die we zo aan kinderen geven, zijn niet dezelfde rechten als die volwassenen hebben. Het zijn meer dierenrechten. Ze zijn bedoeld om kinderen te beschermen, niet om ze zeggenschap te geven.

Het samensmelten van deze drie agenda’s om het onderwijs verplicht te stellen, geeft twee hele verschillende interpretaties van Artikel 28

Verschillende interpretaties van ‘Leerplicht’

Aan de ene kant, wordt heel terecht de ‘leerplicht’ vaak begrepen als de plicht van de staat en ouders om mogelijkheden te creëren en middelen te verschaffen zodat kinderen van hun ‘recht op onderwijs’ kunnen genieten. Dit zou ook omschreven kunnen (en misschien zelfs moeten) worden als “Iedere staat en iedere ouder moet ervoor zorgen dat ieder kind vrije en onbeperkte toegang heeft tot hoogwaardig onderwijs en niemand zal openlijk of heimelijk voorkomen of belemmeren dat een kind zijn recht op onderwijs geniet”.

Aan de andere kant, en dat is problematisch, wordt ‘leerplicht’ vaak (mis)verstaan als de plicht van een kind om naar school te gaan en zich aan het onderwijs te onderwerpen, zonder enige eigen keuze.

De eerste interpretatie voor ‘waar’ aan te nemen en de tweede als een ‘vergissing’ kan gezien worden als niet meer dan mijn eigen oordeel, tenzij we verder kijken naar wat de effecten zijn.

Wanneer we de ‘leerplicht’ interpreteren als de plicht van de staat en ouders om kinderen te ondersteunen om hun recht op onderwijs te genieten, bestaat er alleen een praktisch probleem: hoe dwingen we dit af en hoe gaan we hierop toezien?

Wanneer we de ‘leerplicht’ interpreteren als de plicht van een kind om naar school te gaan en zich aan het onderwijs te onderwerpen, is het afdwingen en toezien een stuk eenvoudiger, maar dan ontstaan er een paar andere problemen. Problemen die niet alleen maar praktisch van aard zijn.

Het resultaat van een verkeerde interpretatie van het woord ‘Leerplicht’

Het grootste probleem dat ontstaat door de tweede interpretatie van het woord ‘leerplicht’, is dat er een interne tegenstelling ontstaat binnen het Verdrag van de Rechten van het Kind.

Wanneer we kinderen verplichten scholen te bezoeken en zich tegen hun wil in aan het onderwijs te onderwerpen, dan ondermijnt dit de integriteit en legitimiteit van het hele kinderrechtenverdrag en maakt dat de rechten van het kind onzinnig.

‘Doublespeak’ is taal die opzettelijk de betekenis van woorden verduistert, verhult, vervormt of omkeert- (Wikipedia definitie).

Wanneer een recht wordt afgedwongen, in de zin dat een persoon gedwongen wordt om hun recht op één bepaalde manier uit te voeren, is dit per definitie ‘doublespeak’. Hierdoor wordt het recht vernietigd en verwordt het tot een eufemistisch hulpmiddel voor autoritaire controle.

Zelfs het recht op leven kan geen ‘plicht’ zijn. We hebben erkend dat ieder wilsbekwaam persoon een levensverlengende behandeling mag weigeren en wetten die zelfmoord als criminele daad bestempelen, worden beschouwd als archaïsch en steeds vaker afgeschaft.

Als we de manier waarop we van onderwijs een plicht hebben gemaakt voor kinderen, toe zouden passen op enig recht van volwassenen, dan wordt de ‘doublespeak’ meteen duidelijk:

Je hebt het recht op voedsel, daarom word je verplicht om dagelijks in een overheidskantine te eten en je wekelijks te laten wegen zodat we je calorie-inname kunnen controleren. Oké?

Je hebt de vrijheid van meningsuiting, daarom moet je minstens eens per week je gedachten uitspreken en een psycholoog zal controleren of je het meende wat je zei. Oké?

Dit zijn lachwekkende voorbeelden. Laten we een meer direct voorbeeld nemen.

“(1) Een ieder heeft recht op onderwijs, ……. het lager onderwijs zal verplicht zijn.” Artikel 26, Universele verklaring van de rechten van de mens, VN algemene vergadering 10 december 1948.

Dus analfabete volwassenen die geen lager onderwijs gevolgd hebben, kunnen bij wet worden gedwongen om leesonderwijs voor volwassenen te volgen, Ja? We kunnen ze weghouden bij hun carrières en hobby’s, totdat ze hun leesexamen gehaald hebben, Oké?

Nee! Natuurlijk niet!

Ik heb gegoogeld om te zien of dit ooit gebeurd is, en het enige voorbeeld dat ik kon vinden stond in ‘De opkomst van de Taliban in Afghanistan’ waar de auteur N. Nojumi zegt dat door de (zeer) autoritaire manier waarop het gedaan werd, de volwassenen zich zo verveelden en hun aandacht er niet bij konden houden, dat ze stopten met volwassenenonderwijs.

Als we begrijpen dat het ongepast is volwassenen te verplichten basisonderwijs te volgen, waarom denken we dan dat het acceptabel is om kinderen wel te kunnen verplichten?

Verkeerde interpretatie van het woord ‘Plicht’ laat het verdrag van rechten van het kind uiteenvallen

De enige manier om de ogenschijnlijke tegenstrijdigheid op te lossen, is door aan te nemen dat kinderen geen volwaardige mensen zijn en dat hun rechten niet hetzelfde zijn als die van volwassenen. De impliciete boodschap is dat we het Verdrag van de Rechten van het Kind niet zomaar kunnen geloven, maar als ‘doublespeak’ moeten zien.

Dit is precies wat ik zie gebeuren. Ik heb bijna letterlijk tegen kinderen horen zeggen: ‘Bij rechten horen verantwoordelijkheden. Je hebt recht op onderwijs, daarom heb je de verantwoordelijkheid om de leraar te gehoorzamen en al je schoolwerk te doen, of je dat nu wilt of niet.

Doublespeak: We zeggen tegen kinderen dat ze rechten hebben, maar we bedoelen eigenlijk dat we een politiek correctie manier hebben gevonden om kinderen te laten buigen voor de wil van volwassenen.

En vanaf dit punt valt het kinderrechten verdrag uit elkaar. Met als wapen de plicht voor kinderen om onderwijs te volgen, kunnen we alle rechten van het kind die meer te maken hebben met empowerment, dan met bescherming, ondermijnen en dat doen we ook.

We kunnen hun vrijheid van vereniging belachelijk maken door hen te dwingen te ‘leren’ van elke volwassene die we toewijzen, samen met de kinderen die we toewijzen, en ze te verbieden het grootste deel van de dag met hun leeftijdsgenoten te communiceren.

We kunnen hun vrijheid van denken, geloven en expressie bagatelliseren, door strak te controleren wat ze moeten leren en hen te straffen voor het geven van antwoorden die we niet hebben voorgeschreven.

Photo by Brett Hammond

We kunnen hun recht om te spelen aantasten door ze lange schooluren te laten maken, met weinig of zelfs geen pauzes en ze veel huiswerk te geven.

We kunnen hun recht om inspraak te hebben in beslissingen die hen aangaan volledig negeren, door ze continu voor te schrijven waar, wanneer, wat, hoe, hoelang en met wie ze moeten leren.

Op het moment dat we hier allemaal mee wegkomen, zijn we weer vlak bij de oude situatie dat kinderen helemaal geen rechten hadden. Dus bij gedwongen scholing, op plaatsen waar de rechten van kinderen op deze manier impliciet en grondig zijn ontkracht, zien we misbruik opduiken in de scholen. Waar kinderen machteloos zijn, zijn hun rechten ‘doublespeak’ en hebben ze geen echte stem, waardoor volwassenen met alles weg kunnen komen en dit ook doen. Dit geeft niet alleen extreme uitwassen, zoals kinderen die in het openbaar aan een hek worden vastgeketend omdat ze zonder toestemming hun mobiele telefoon hebben gebruikt (VS). Of, kinderen die tot seks worden gedwongen met een leraar om een examen te halen (Zuid-Afrika). Een minder zichtbare uitwas is de wereldwijde manipulatie van kinderen door volwassenen onder het mom dat het ‘goed is voor hun toekomst’

In een document dat bedoeld is om te verduidelijken wat de betekenis is van artikelen 28 & 29 van het verdrag van de rechten van het kind, staat: ‘Kinderen verliezen niet hun mensenrechten wanneer ze door de schooldeur gaan.’ – (VN-comité voor de rechten van het kind, algemeen commentaar No.1 (2001), artikel 29 (1), Het doel van onderwijs, 17 april 2001). Toch is dit precies waar we uitkomen wanneer we het woord ‘leerplicht’ interpreteren als verplichting van kinderen om naar school te gaan en zich te onderwerpen aan het onderwijs.

We moeten het bewustzijn over ‘Zelfgestuurde Ontwikkeling‘ vergroten

Het is duidelijk dat de interpretatie van ‘(leer)plicht’ als ‘dwang naar school en dwang in school‘ op een misverstand moet berusten, want anders heeft het verdrag van de rechten van het kind geen enkele betekenis.

Dus waarom gaan zoveel pleitbezorgers van kinderrechten en onderwijsbeleidsmakers mee met deze verkeerde interpretatie en ondersteunen ze dat kinderen worden gedwongen om onderwijs te volgen?

Waarom zijn de millennium ontwikkelingsindicatoren van de VN zo destructief geformuleerd, waarbij ‘ontwikkeling’ wordt verward met ‘onderwijs’ en prioriteit wordt gegeven aan ‘inschrijving’ en ‘schoolbezoek’?

Waarom worden arme en ontwikkelingslanden onder druk gezet om geld te verspillen aan schoolgebouwen, schooltafels en schoolboeken, die ze zich niet kunnen veroorloven, terwijl veel effectievere en goedkopere kindvriendelijke oplossingen als boekenclubs en speelgoed-bibliotheken worden gezien als ‘leuk om te hebben’?

De meeste pleitbezorgers van kinderrechten zijn zeker niet ‘Childist’ of steunen niet de oude koloniale agenda’s voor cultuurvernietiging.

Dus waarom?

Heel simpel, de meeste mensen kennen ‘Zelfgestuurde Ontwikkeling [2]” niet.

Vaak is het enige wat men kent: verplicht onderwijs. Er wordt aangenomen dat dit ‘Ontwikkeling’ ìs. Veel van hen worstelen wanhopig om een manier te vinden om het recht op onderwijs te verenigen met het recht om te spelen, eenvoudigweg omdat ze het bewijs nog niet kennen: namelijk dat onbeperkt spelen in een rijke omgeving een kind alles geeft wat het nodig heeft om van zijn recht op onderwijs te genieten.

De meeste mensen zijn zich er niet bewust van dat een vorm van onderwijs die alle kinderrechten van de VN wèl garandeert al bestaat; zonder dat er een conflict is tussen de rechten of een compromis nodig is. Een vorm van onderwijs waar kinderen van houden en die ze van nature omarmen. Een vorm van onderwijs waartegen kinderen geen weerzin hebben of waaraan ze zich willen onttrekken, omdat ze deze vorm zèlf willen.

Een vorm van onderwijs waarbij het belang van het kind wordt gediend door de eigen keuzes van het kind.

Een vorm van onderwijs die zijn oorsprong heeft in een volledige erkenning van de rechten van kinderen, zelfs voordat het kinderrechtenverdrag werd opgesteld.

Een onderwijsvorm die in feite een praktische implementatie is van het hele VN kinderrechtenverdrag.

Zeer velen kennen ‘Zelfgestuurde Ontwikkeling‘  niet, en dat is goed nieuws.

Laten we het ze vertellen!

 


 

[1] Een Childist is een persoon die een waardeoordeel velt op grond van iemands kind zijn. Dit kan leiden tot discriminatie waarbij mensen verschillend behandeld worden op grond van hun kind zijn. Childism kan leiden tot vormen van onderdrukking. Childism tegen kinderen is het equivalent van Racisme en Seksisme tegen respectievelijk mensen van een ander ras of vrouwen.

[2] Zelfgestuurde Ontwikkeling is ontwikkeling die ontstaat door zelfgekozen activiteiten en levenservaringen van de persoon die zich ontwikkelt, ongeacht of deze activiteiten bewust of onbewust zijn gekozen met het doel zich te ontwikkelen. Bron: Alliance for Self-Directed Education.