Blog

De hel van de leerplicht: “Onderwijs van onderen”

Recent is het boek ‘Onderwijs van Onderen[1]’ uitgekomen van een 5 vwo klas van het Berlage Lyceum in Amsterdam. Ze ervaren veel van hun onderwijs als zinloos, betekenisloos en zonde van de tijd. In mijn ogen een duidelijk signaal dat er iets mis is met ons onderwijssysteem. Een signaal van jonge mensen naar wiens stem er binnen het onderwijs nooit wordt geluisterd. Het krachtige van dit boek vind ik is dat dit niet gaat over een ‘probleem’ school of ‘probleem’ leerlingen. Het Berlage Lyceum staat bekend als een succesvolle school en de leerlingen die het geschreven hebben doen dit jaar eindexamen. ‘Onderwijs van Onderen’ biedt een kans om wèl naar de leerlingen te luisteren.

Om het boek structuur te geven hebben ze quotes van het rapport Ons onderwijs2032[2] gepakt en gekeken wat er op hun school gebeurt. Een voorbeeld uit Ons onderwijs2032:

‘Basis vaardigheden die leerlingen nodig hebben om maatschappelijk te kunnen functioneren. Het kerncurriculum beschrijft de leerdoelen voor taalvaardigheid, rekenvaardigheid, digitale geletterdheid en burgerschap’.

Wat komt hiervan terecht bij talen? Engels en Nederlands zijn niet zo’n probleem, meestal worden de doelen hiervoor wel gehaald. Maar hoe zit het met bijvoorbeeld Frans en Duits? De meeste mensen spreken deze talen nauwelijks na de middelbare school. Filine Peek stelt dat dit komt omdat veel leerlingen denken dat ze veel vakken later niet meer nodig zullen hebben. Ze schrijft dat dit geen probleem is omdat zelfs met een krakkemikkig niveau van Frans het mogelijk is om het eindexamen te halen. In haar woorden: “Het probleem van het onderwijs is dus dat de focus alleen maar ligt op die examens… “

Hoe zit het met gymles? Ons Onderwijs2032:

‘Scholen geven op hun eigen manier invulling aan beweging en gezondheidsaspecten’.

Veel leerlingen worden er onzeker van en sportieve leerlingen worden niet uitgedaagd. Cato Hindriks schrijft: “Een verspilling van tijd want je doet toch niks, …… Het onderwijs wil leerlingen stimuleren om te bewegen, maar zoals het huidige schoolsysteem in elkaar zit, mist het zijn doel. Gym zoals het nu wordt aangeboden is daarnaast niet stimulerend voor de leerling, omdat bewegen gekoppeld wordt aan cijfers.”

Cijfers worden natuurlijk niet alleen bij gymles gegeven. Toetsen is nu wijdverbreid. Ons Onderwijs 2032 stelt:

‘Het is belangrijk dat leerlingen toetsing ervaren als een manier van leren. Toetsen hebben in die zin een formatieve functie.’

Hoe is het gesteld met die formatieve functie? Dragen toetsen bij aan het leren, of is het leren er voor de toetsen? Sterre de Jong Luneau en Summer Carroll laten zien dat toetsing helemaal geen goed beeld geeft van vorderingen. Ze stellen dat er wel veel wordt ‘gestudeerd’ voor toetsen, maar dat hier niets van geleerd wordt: “Leerlingen zoals wij leren op korte termijn en meer voor het cijfer, daarna vergeten we alle kennis die we hebben opgedaan.” Hiermee geven ze aan dat in het huidige model niets wordt geleerd van toetsen en dat het alleen om de cijfers gaat. Cijfers bepalen immers of je over gaat. Toetsen gaat over afrekenen en niet om leren. Ze concluderen: “Om leerlingen vooruit te helpen moet er naar een andere manier van toetsen gekeken worden of moeten toetsen helemaal afgeschaft worden.”

Hoe kijken de leerlingen aan tegen alle tijd die ze aan de lessen besteden? Christina Abaskharoun moet iedere week weer wennen aan het begin van een nieuwe schoolweek met gemiddeld 7-8 lesuren per dag, elke dag opnieuw. Ze schrijft dat het haar niet lukt om zich de hele dag door te concentreren. “Van ‘s ochtends vroeg tot laat in de middag in het zelfde gebouw constant kennis moeten opdoen duurt naar mijn mening te lang. Hier moet verandering in komen.” Zij wil dit veranderen door leerlingen veel meer invloed te geven op hoe ze hun schooldag besteden. Yannis van den Elshout stelt dat de lestijd in Nederland vaak inefficiënt wordt gebruikt. Kortere lesdagen zijn efficiënter, zowel voor leerlingen als leraren. Hij zegt: “Ik zelf ervaar mijn lessen zeer regelmatig als zinloos, onnodig en onbruikbaar”. Het valt hem op dat de concentratie vaak zeer slecht is omdat leerlingen de hele dag informatie moeten verwerken. Het platform Onderwijs2032 stelt dat er naast een vaste basis, veel ruimte moet bestaan voor een gevarieerd aanbod, passend bij de ontwikkelingsfasen van leerlingen. Dit gevarieerde aanbod is iets wat Yannis ontzettend mist op de middelbare school: “De lesdagen zijn er lang en er is weinig tot geen aanbod voor verbreding of verdieping van kennis en vaardigheden buiten de vaste basis om.”

Jasmijn Blom en Lois Owusu Mensah stellen dat scholieren vaak niet weten wat het doel van hun onderwijs is. Ze gaan alleen maar naar school omdat het moet. Ze vragen zich af wat de regering nou het voornaamste doel van het onderwijs vindt en of scholieren het daarmee wel eens zijn. Ook zij pleitten voor meer inspraak en vrijheid voor leerlingen: “De regering moet praten met de leerlingen en als dat al is gebeurd, moeten ze hun meningen ook echt gebruiken in het vormen van het ‘nieuwe’ onderwijs. Luister naar de leerlingen, geef ze een doel, zodat ze niet op school zitten met het gevoel dat het tijdverspilling is. Als de regering wil dat kinderen hun talenten ontwikkelen; geef ze de ruimte, want leerlingen merken er niks van.”

Ook Ons onderwijs2032 vindt zelfsturing als voorbereiding op de maatschappij belangrijk:

Burgers zijn in toenemende mate op zichzelf aangewezen als het erom gaat hoe ze hun leven inrichten en zin kunnen geven. Dat doet een beroep op hun vermogen verantwoorde keuzes te maken en een eigen koers te varen. Ook in hun werk en als burger zal veel zelfsturing van hen worden verwacht.”

Sarah Luijting vraagt zich af wat zelfsturing zou moeten zijn: “Dus leerlingen moeten zelf verantwoordelijk zijn over wat en hoeveel ze leren?” Vervolgens concludeert ze dat hier nog niet zoveel van terecht komt: “Leerlingen (worden) gestraft als ze niet het precieze schema van de docent volgen. Ze moeten nablijven als ze hun huiswerk niet hebben gedaan en er wordt tegen hen geschreeuwd als ze niet opletten in de les.”

Welke rol spelen docenten bij het leren op school? Sara Duisters is daar na zes jaar middelbare school vrij duidelijk over. Zij concludeert: “dat de manier van lesgeven een van de grootste problemen is. Veel leraren hebben een grote hoeveelheid academische kennis, maar weten hun leerlingen hier niet mee te inspireren.”. Wolf Gerrits ziet als de beste oplossing veel minder lessen en veel meer vrijheid voor scholieren: “Omdat leraren niet veel toevoegen besteed je twee keer zoveel tijd aan iets wat je zelf makkelijker had kunnen leren. Om goede cijfers te halen is de hulp van docenten niet nodig. Ik heb dus de afgelopen vijf jaar het meeste zelf geleerd, zonder de hulp van een docent.”

Vrijheid en autonomie voor leerlingen is een terugkerend thema en het gebrek hieraan leidt tot demotivatie. Teun Hennink: “Zelf zit ik nu op de middelbare school met een vrij lage motivatie en ik ben er vrij zeker van dat ik niet de enig scholier ben die met dit probleem te maken heeft.” Elise van ’t Hof gaat elke dag met tegenzin naar school en komt vermoeid weer thuis. “Ik ga naar school omdat het moet. (….) Iedere dag is er een grote groep leerlingen die met tegenzin naar school gaat. Ze missen motivatie. Haar conclusie: “De leerling moet genoeg autonomie krijgen, zodat motivatie wordt bevorderd en daardoor betere prestaties worden neergezet. Autonomie betekent zelfstandig zijn, zelf bepalen wat je doet.”

Freek van der Heide ziet waar het gebrek aan autonomie vandaan komt, hij beschrijft de leerplicht als een hel en vat zijn school als volgt samen: “Vijf dagen per week, gemiddeld zeven uur per dag naar school. Dag in dag uit. Van je vierde tot je achttiende. Straffen bij te laat komen, verplichte vakken, oninteressante en totaal overwerkte leerkrachten. Anno 2017 is dit hoe het onderwijs eruit ziet. Ga in een gemiddelde middelbare schoolklas zitten en het onvermijdelijke gevoel dat je in een totalitair strafkamp vol ongeïnteresseerde gedetineerden zit, is binnen de kortste tijd vast gepind in je hersenen. De leerplicht is ooit bedacht in 1901 in Nederland om een hoop kleine arbeidertjes weg te halen uit de fabriekslucht, net na de grote industriële revolutie. Inmiddels is het juist die verplichting die school tot zo een ongelofelijke oninteressante bende maakt. De gevolgen zijn weerzinwekkend; totale verveling en desinteresse in het onderwijs, ik maak het dagelijks mee. Slapen in de les, niet opletten, rebelleren tegen de leraren of gewoon lekker blowen voor de les begint. Er zijn heel weinig leerlingen die de hele dag met school bezig. Het systeem werkt niet. Leerlingen willen niets liever dan naar huis en vrij zijn. Van intrinsieke motivatie is nauwelijks sprake. (…) De overheid dwingt miljoenen kinderen tot iets waar ze enorme aversie tegen hebben. Het is een soort dwangarbeid in jezelf ‘ontwikkelen’. Al die verspilde uren die leerlingen verplicht moeten uitzitten op school waarin zij helemaal niets doen.”

“De leerplicht is een wet die de vrijheid en het geluk van ongelofelijk veel mensen in diskrediet brengt. Het is een wet die daarbij heel demotiverend werkt. (..) Als je de leerplicht afschaft, wordt jezelf ontwikkelen weer een keuze die gebaseerd is op intrinsieke motivatie.”

Mensenrechten

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is geratificeerd in 1948. Deze verklaring geldt voor alle mensen, dus ook voor leerlingen op school. De VN vindt mensen onder de 18 jaar zo belangrijk dat er in 1992 zelfs een apart verdrag voor hen is gemaakt, het Verdrag van de Rechten van het Kind. Hierin worden de mensenrechten voor kinderen nader uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld het recht op leven en ontwikkeling, het recht op participatie en hoorrecht, vrijheid van gedachten, bescherming tegen mishandeling, recht om een school naar eigen inzichten op te richten, recht op rust, vrije tijd en om te spelen en bescherming tegen kinderarbeid.

De voorbeelden van het Berlage Lyceum laten zien dat het in het onderwijs misschien nog niet zo goed is gesteld met veel van deze mensenrechten. De vraag is daarmee of het onderwijs de toekomst van deze leerlingen niet juist schaadt, en niet alleen hun toekomst. Ook tijdens de schooltijd kan het onderwijs een inbreuk maken op het leven van leerlingen in en buiten school. Ines Maiguashca Sorensen laat zien wat het vele schoolwerk en huiswerk om de toetsen maar te halen met haar doet. De school eist veel van haar tijd en energie en dit veroorzaakt bij haar grote stress “Zelf heb ik altijd het gevoel dat ik nooit klaar ben. Ik kan nooit normaal en goed uitrusten omdat ik altijd het gevoel heb dat er nog iets is wat ik moet doen. Door nooit rustig aan te kunnen doen, ben ik continue gestrest en dit beïnvloed de rest van mijn leven en mijn houding tegenover mijn familie en vrienden. Het heeft zelfs invloed op mijn interesses waar ik van nature gemotiveerd voor zou moeten zijn, maar vanwege school kom ik er niet aan toe. (…..) Ik ben aan het overleven van week tot week.”

Dit zijn allemaal voorbeelden van grote negatieve impact op de ontwikkeling en het welzijn van een aantal leerlingen van ons onderwijssysteem. Dit gaat voor veel leerlingen door, dag in dag uit. Ik zou iedere ouder, docent, schoolbestuurder, ambtenaar en Tweede Kamerlid willen vragen actie te ondernemen om mensenrechten binnen school te realiseren.

[1] Onderwijs van Onderen, 5vwo Filosofie Berlage Lyceum, (2017) ISVW Uitgevers, Leusden

[2] Ons onderwijs2023, eindadvies, januari 2016, Platform onderwijs2032

5 mei en de vrijheid van kinderen

Op 5 mei vieren we de vrijheid die zo hard is bevochten in de Tweede Wereldoorlog. De meeste mensen vinden vrijheid belangrijk en weten ook waarom ze dit belangrijk vinden. Vrijheid is nu eenmaal een groot goed. Vrijheid is een voorwaarde om volwaardig mens te kunnen zijn. Vrije mensen kunnen zelf bepalen hoe ze hun leven inrichten en kunnen zelf keuzes maken. De rechtsstaat is er om de vrijheid te beschermen, vooral tegen de overheid.

Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog wilden veel landen op internationaal niveau verdragen sluiten om herhaling onmogelijk te maken. Dit heeft geleid tot oprichting van de Verenigde Naties en in 1948 tot het Verdrag van de Universele Rechten van de Mens en een aantal nadere verdragen[1]. In 1992 is het verdrag van de Rechten van het Kind erbij gekomen[2].

Dus hoe staat het nu met de mensenrechten meer dan vijfenzeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog? Op veel gebieden is er grote vooruitgang geweest, op andere gebieden minder.

Ik neem aan dat iedereen die respect heeft voor mensen en die de mensenrechten na aan het hart liggen, op vragen als: ‘mogen we mensen op basis van ras, sekse of religie selecteren om ze te dwingen lessen te volgen, examens of toetsen te maken of hun ontwikkeling te laten vastleggen?’ met een volmondig NEE zal antwoorden. Dit is niet zo verwonderlijk. Op basis van de Universele Rechten van de Mens is het verboden om onderscheid te maken tussen mensen op basis van huidskleur, geslacht, sekse, religie of welke andere status dan ook. Discrimineren is zelfs strafbaar. Sommigen zouden zelfs het stellen van deze vragen kunnen zien als mogelijke discriminatie.

Maar als we de criteria als ‘ras’, ‘sekse’ of ‘religie’ vervangen door ‘leeftijd tussen de 5 en 18 jaar’ dan ‘mag’ het opeens wel:

  • De overheid dwingt kinderen naar school.
  • De overheid dwingt kinderen examens of toetsen te doen.
  • De overheid dwingt de leerprestaties van kinderen vast te leggen

Hoe is het mogelijk dat de wetgever kinderen nog steeds niet als volwaardige mensen ziet, vijfenzeventig jaar na het ratificeren van de mensenrechtenverdragen? Hoe is het mogelijk dat er op steeds grotere schaal dwang op kinderen wordt uitgeoefend? Het argument ‘voor hun eigen bestwil’ gaat niet op. In de mensenrechten verdragen wordt nergens de uitzondering gemaakt dat schenden van mensenrechten wel is toegestaan als dit schenden ‘voor de eigen bestwil’ zou zijn. Sterker nog, artikel 30 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens luidt:

‘Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben’.

Overheden die het recht op onderwijs voor kinderen ‘garanderen’ door kinderen te dwingen naar school te gaan, schenden hiermee de mensenrechten van kinderen. Dit is heel ernstig. Een Duitse rechter vond dit ook en sprak een moeder vrij van het overtreden van de schoolplichtwet, omdat ze haar kind niet tegen zijn eigen wil in naar school dwong te gaan[3].

Naast de directe schending van de mensenrechten door dwang, leidt de overheidsdwang binnen scholen tot nog veel meer schendingen van de mensenrechten. Kinderen verliezen niet alleen hun vrijheid, maar lopen ook de kans op privacy schendingen, laaggeletterdheid, gepest worden en vele andere inbreuken op hun rechten. In mijn boek ‘Het gedwongen onderwijs voorbij’ laat ik zien welke.

Ik wil iedereen die vrijheid belangrijk vindt, vragen om ook over de vrijheid en rechten van kinderen op te komen. Om niet meer te accepteren dat de schendingen de Rechten van het Kind doorgaan omdat we dit nu eenmaal zo gewend zijn of omdat we het zelf ook hebben ervaren. Mensenrechten zijn universeel, dus ook voor kinderen. Het is onze taak als volwassenen om kinderen te beschermen tegen iedere inbreuk op hun mensenrechten. Dat is pas werkelijk voor hun eigen bestwil.

Dit blog is onder andere een forum voor discussie. Ik ben erg geïnteresseerd in je reacties en vragen over hoe jij denkt dat de Rechten van het Kind binnen het onderwijs gerealiseerd kunnen worden. Graag je reacties en vragen hier in plaats van per e-mail naar me te sturen. Ik lees alle reacties en probeer te reageren op vragen als ik denk dat ik iets waardevols heb om te zeggen. Door je gedachten en vragen hier te plaatsen, deel je ze met andere lezers, niet alleen met mij. Ik reageer meestal niet op privé e-mails die afkomstig zijn uit blogposten.

 

[1] https://www.mensenrechten.nl/wat-zijn-mensenrechten/mensenrechten-op-een-rij

[2]https://www.kinderrechtencommissariaat.be/sites/default/files/bestanden/kinderrechtenverdrag_officiele_nederlandse_vertaling.pdf

[3] Ambtsgericht, im ersten Verfahren im südlichen Sachsen, November 2016: www.wiete-strafrecht.de/User/Darstellung/StGB/17%20StGB.html

 

Bijwerkingen van het onderwijs

Studies naar nieuwe medicijnen laten niet alleen de werking, maar ook de bijwerkingen van deze medicijnen zien. Een medicijn dat voor veel mensen goed werkt tegen hartkwalen, maar frequent leidt tot hartstilstand, is nu eenmaal lastig te verkopen. Onderzoek naar bijwerkingen is daarom integraal onderdeel van het medicijnonderzoek. Er gaan steeds meer stemmen op onderwijsonderzoek te stoelen op medisch onderzoek; met blinde testen en referentiegroepen. Voor de kwaliteit van het onderzoek lijkt een goede ontwikkeling. Maar wat nog veel belangrijker lijkt, is onderzoek naar bijwerkingen. Zo kan de ontwikkeling van een medicijn dat een zeer positieve werking laten zien in tests, uiteindelijk worden stop gezet vanwege bijwerkingen.

In een recent artikel ‘What works may hurt; Side effects in Education’ geeft Yong Zhao van de School of Education van de Universiteit van Kansas[1] argumenten waarom onderzoek naar bijwerkingen in het onderwijs zo belangrijk is. Een voorbeeld:

‘Deze leesmethode kan de leesvaardigheid van de leerlingen verhogen, maar het effect hebben dat ze hun hele leven lezen zullen haten’

Niet alleen kunnen de bijwerkingen zeer schadelijk zijn, het ontbreken van kennis over de bijwerkingen maakt het erg moeilijk om goede keuzes te maken in het onderwijs. Dit geldt niet alleen voor leerlingen en hun ouders, maar ook voor docenten en beleidsmakers. Zonder de kennis over de bijwerkingen wordt iedere discussie over onderwijs betekenisloos. De voorstanders benadrukken hoe goed een bepaalde methode of maatregel werkt en de tegenstanders benadrukken de nadelen. Meer bewijs, zelfs als dit van hoge wetenschappelijke kwaliteit is, zal deze discussie niet eindigen omdat beide partijen zowel gelijk als ongelijk hebben. Op deze manier beperkt het debat zich al gauw tot een ideologische en politieke strijd tussen voor en tegenstanders, terwijl de werking en bijwerking natuurlijk twee zijden van de zelfde medaille zijn.

Ook zorgt het ontbreken van kennis over bijwerkingen ervoor dat nieuwe initiatieven uitsluitend worden gelanceerd op basis van de positieve effecten. Als dan na enige jaren de negatieve bijwerkingen van deze nieuwe ideeën zichtbaar worden, zijn de positieve effecten van de oude aanpak vaak doorslaggevend om het nieuwe idee weer te verlaten. Maar als een nieuwe aanpak verlaten wordt omwille van de bijeffecten betekent dat nog niet dat deze niet effectief is. Vaak worden deze ideeën om de zoveel jaar geherintroduceerd, telkens met een andere naam of in een nieuw jasje. Op deze manier blijven onderwijsverbeteringen een slingerbeweging maken, zonder dat er sprake is van enige fundamentele verandering. Onderzoekers, docenten, beleidsmakers en het grote publiek krijgen steeds sterker het gevoel dat er geen nieuwe ideeën meer bestaan over onderwijs.

Kennis van werking en bijwerking van onderwijsmethodes geeft ook veel betere mogelijkheiden om andere manieren van onderwijs te beoordelen. Finland en de landen in Oost-Azië worden vaak gepromoot als voorbeelden waar we van kunnen leren. Wanneer we bijvoorbeeld naar het rekenonderwijs in landen als Japan, Singapore en Zuid-Korea kijken, dan staat dit internationaal als erg goed te boek en wordt vaak gekopieerd. Onderzoek laat zien dat, hoewel dit rekenonderwijs hoog staat in de rankings, het zelfvertrouwen van de leerlingen veel lager is dan in landen die lagere rekenresultaten laten zien. Hiermee wordt het idee om dit te kopiëren een stuk minder aantrekkelijk.

De bijwerkingen van onderwijs kunnen zeer ernstig zijn. Op basis van mijn boek ‘Het gedwongen onderwijs voorbij’ kom ik grof geschat tot de volgende bijwerkingen:

Deze bijwerkingen hebben vaak ook een lange termijn effect en zijn in het boek van Olsen ‘Wounded by School’ verwoord als zeven trauma’s die tot in het volwassen leven nog steeds voelbaar zijn bij respondenten in haar onderzoek. Wonden die hun eigenwaarde en hun werk als professional nog steeds negatief beïnvloeden en vervormen[3].

Studie naar bijwerkingen in onderwijsonderzoek is cruciaal wanneer we het onderwijs in Nederland op een hoger plan willen krijgen. Zonder inzicht in de bijwerkingen blijft de onderwijsdiscussie een strijd om ideologieën.

 

[1] Yong Zhao (2017), What works may hurt; Side effects in Education, Journal of Educational Change,Volume 18, Issue 1, February 2017, Pages 1-19, Springer

[2] Robinson, K., (2006), Do schools kill creativity? : www.youtube.com

[3] Gekwetst door School? Dr. Kirsten Olson geeft enkele voorbeelden
https://hebjijietsgeleerdvandaag.com/2016/02/10/gekwetst-door-school/

Met Onderwijs2032 visieloos de toekomst in

Sander Dekker, onze staatssecretaris voor onderwijs is in 2014 een nationale dialoog gestart over de toekomst van het onderwijs[1]. Deze discussie is bekend als Onderwijs2032.

De staatssecretaris stelt in zijn brief aan de Tweede Kamer dat we ons voortdurend moeten afvragen hoe we ons zo goed mogelijk kunnen voorbereiden op een veranderende wereld? Het doel is om van kinderen competente, zelfbewuste en creatieve volwassenen van de toekomst te maken. Tot zover kan ik het alleen maar volledig eens zijn met de staatssecretaris.

In 2016 heeft Onderwijs2032 haar eindrapport ‘Basis voor toekomstgericht onderwijs gelegd’ gepresenteerd. In een nieuwsbericht van het ministerie van OCW [2], stelt de staatssecretaris ‘Ik ben er trots op dat Onderwijs2032 een zoektocht is geworden die gevoed is door onze hele samenleving. Er ligt nu een helder advies over wat kinderen later moeten kennen en kunnen. Een uitstekende basis waarop leraren verder kunnen bouwen aan een nieuw en eigentijds curriculum’.

Begrijp ik dit goed? Is het resultaat van een nationale dialoog over het onderwijs van de toekomst verzand in een rapport hoe een nieuw curriculum er moet uit gaan zien? Zou de belangrijke discussie over de toekomst van onze kinderen en onze samenleving niet over het onderwijsstelsel zelf moeten gaan? Oftewel zou de dialoog niet moeten gaan over nieuwe theorieën voor leren en ontwikkelen en welke van deze theorieën geschikt kunnen zijn voor de toekomst?

Sander Dekker wil dat kinderen kunnen opgroeien tot competente, zelfbewuste en creatieve volwassenen. Ken Robinson laat in zijn Ted talk : ‘Do schools kill creativity’ zien dat als we het onderwijsstelsel zelf niet veranderen, we in ieder geval geen creatieve volwassenen meer zullen hebben. Onderwijs gaat over het leren en ontwikkelen van mensen. De dominante vorm van onderwijs is nu het traditionele onderwijs, met zijn cursorische onderwijsaanbod. Onderzoek heeft inmiddels laten zien dat leren op school voor minder dan 20% het resultaat is van formeel leren in een onderwijs lessituatie[3]. Een nieuw curriculum bedenken om de toekomst van het onderwijs te bepalen, lijkt een beetje op het aanpassen van een Dafje om te gaan racen tegen een Ferrari.

Het onderwijsstelsel zoals we dat nu kennen dateert uit het industriële tijdperk en is voor het eerst op grote schaal ingevoerd in Pruisen begin 19de eeuw. De systeemkenmerken van dit stelsel zijn: Een door de overheid verplicht curriculum, jaarklassen, toetsen en examen, overheid gecertificeerde docenten en schoolplicht. De essentie van dit stelsel is de afgelopen 200 jaar niet veranderd, terwijl de maatschappij natuurlijk vrijwel totaal is veranderd.

Deze veranderingen waren de reden voor de onderwijsdialoog. In een rapport van de OECD wordt aangegeven dat we nu kinderen opleiden terwijl 50% van de banen over 10 jaar nog moet worden uitgevonden. Daarnaast is de halfwaardetijd van kennis nu circa 4 jaar en wordt steeds korter. Dit betekent dat gemiddeld genomen 50% van de kennis die nu onderwezen wordt binnen 4 jaar nutteloos is. Bovendien verdubbelt de hoeveelheid kennis in de wereld iedere 18 maanden. Dit is exponentiële groei. Er wordt wel eens gezegd dat verandering de enige constante is, maar met exponentiële groei verandert de verandering zèlf ook.

In de toekomst kijken lukt nog steeds niet. Het Centraal Plan Bureau probeert al jaren de economische groei te voorspellen en zelfs één jaar vooruit plannen blijkt onmogelijk. Hoe zou dan het ministerie van onderwijs een curriculum voor 2032 kunnen bedenken? Door de exponentiële groei van kennis wordt het onmogelijk om een standaard curriculum te bepalen. Iedere keuze voor een curriculum is per definitie arbitrair en dus fout. De dialoog over het onderwijs voor de toekomst kan dus niet over het ‘wat’ van het onderwijs gaan, we moeten een serieuze dialoog hebben over het ‘hoe’ en ‘waarom’ van het onderwijs. Kortom, een duidelijke visie voor het onderwijs in 2032.

 

[1] Nieuwsbericht Ministerie van OCW, 17-11-2014

[2] Nieuwsbericht Ministerie van OCW, 23-01-2016 ‘Basis voor toekomstgericht onderwijs gelegd’.

[3] Moravec, J. & Cobo, C., (2011), Invisible Learning, http://www.aprendizajeinvisible.com/

De stand van de mensenrechten in school.

Op 3 februari rapporteerde de Nederlandse overheid over de stand van de mensenrechten in Nederland aan de Verenigde Naties. Burgerrechtenorganisatie Kompass en het NJCM (Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten) waren hier erg kritisch over. Ze stelden dat de mensenrechtensituatie in Nederland verslechterd en formuleerden namens 23 organisaties een ‘schaduwrapport’[1]. Dit is een goed initiatief, want de gedachte dat we hier alles op orde hebben en mensenrechten vooral in het buitenland een probleem vormen, is fundamenteel fout. Wat ik echter mis in dit schaduwrapport zijn de rechten van het kind. Er wordt wel over mensenrechten educatie op scholen gesproken, maar ik kan geen woord vinden over de mensenrechtensituatie binnen scholen. In het onderwijs worden de rechten van het kind dagelijks geschonden. Het recht op onderwijs zelf wordt geschonden doordat circa 10% van de kinderen de school verlaat als functioneel analfabeet. Daarnaast wordt circa 10% van de kinderen gepest, wat ook een schending is. Ook het recht op privacy voor kinderen is grotendeels afwezig, het grote gebruik van psychofarmaca is een schending van het recht beschermd te worden tegen gebruik van drugs, en het recht op spelen en vrije tijd wordt ernstig ingeperkt door al het school- en huiswerk. Ook hebben kinderen geen invloed op het inrichten van het onderwijs bij het opstellen van onderwijswetten laat staan dat er naar kinderen wordt geluisterd, wat een schending is van het recht van kinderen gehoord te worden bij alle belangrijke beslissingen die hen aangaan.

Is het verwonderlijk dat het met de mensenrechten in Nederland niet zo goed is gesteld, als we de mensenrechten van kinderen binnen de scholen stelselmatig schenden? Hoe kunnen kinderen het belang van de mensenrechten leren als hen deze rechten op school bijna 14 jaar wordt onthouden? Niet alleen de theorie van de mensenrechten wordt nauwelijks gegeven, maar juist vooral in de praktijk kunnen kinderen hun mensenrechten niet ervaren. In de 19de eeuw is de slavernij afgeschaft, in de 20ste eeuw hebben vrouwen hun rechten gekregen. Misschien wordt het tijd om in de 21ste eeuw kinderen als mensen te gaan beschouwen en hen hun mensenrechten te geven. Meer hierover is te lezen in “Het gedwongen onderwijs voorbij”

[1] Schaduwrapport: ‘Mensenrechtensituatie in Nederland verslechterd, Volkskrant 3-2-2017, Laura De Jong

Leraren herkennen pesten slecht

Dit is de kop van een artikel van Ianthe Sahadat in de Volkskrant van 25 januari 2017[1]. De socioloog Beau Oldenburg vindt dit zorgwekkend. Wat ik zelf nog zorgwekkender vind is dat er überhaupt nog steeds wordt gepest op scholen. Dat pesten op scholen zeer ernstig is en gestopt moet worden, daar is iedereen het wel over eens. Over de manier waarop wordt zeer verschillend gedacht. Scholen zijn nu bij wet verplicht om pesten aan te pakken, maar dit heeft kennelijk geen effect. Hoe kan dat?

Volgens het artikel in de Volkskrant herkennen leerkrachten pesten slecht. Leerkrachten hebben binnen het onderwijssysteem de eerste verantwoordelijkheid om pesten te voorkomen. Als zij pesten niet herkennen, wordt het natuurlijk erg lastig voor hen om iets tegen het pesten te doen. Dit ligt niet alleen bij de leerkrachten zelf want op de Pabo’s wordt nauwelijks aandacht besteed aan sociale veiligheid, groepsdynamiek of pesten. Leerkrachten worden dus helemaal niet opgeleid om iets tegen pesten te kunnen doen. Dit is net zoiets als een vliegtuigbouw ingenieur die de wetten van de aerodynamica niet kent, een brandweerman die niet weet hoe brand te bestrijden, of een minister van Justitie die niet weet wat integriteit is.

Daarnaast is de bestrijding van pesten vooral formeel. De Kinderombudsman zegt in de Trouw van 19 september 2016: ‘Pesten is nog steeds een groot probleem’ ‘Formeel is alles goed geregeld maar wanneer ik met kinderen praat hoor ik dat er nog steeds veel wordt getreiterd’. De bestrijding van pesten gebeurt dus vooral op papier, terwijl in de praktijk het pesten gewoon doorgaat.

Ook de wetenschap lijkt niet erg te helpen. Volgens het Trimbos Instituut is er vrijwel geen onafhankelijk onderzoek naar de effecten van de anti-pestprogramma’s[2]. Veel onderzoek valt in de categorie ‘Wij van WC eend’.

De overheid blijft ook de andere kant op kijken. Minister Bussemaker was in het programma van Pauw heel stellig dat er geen belastinggeld gebruikt mag worden om geweld bij de studentenvereniging Vindicat te legitimeren . Echter ze heeft nooit iets gezegd over al het belastinggeld dat via de onderwijssubsidies pesten (= geweld) op scholen legitimeert. Dat is vreemd. Vindicat krijgt waarschijnlijk maar enkele duizenden euro’s, terwijl er miljarden euro’s naar het onderwijs gaan.

Op scholen wordt volgens de Kinderombudsman circa 10% van alle kinderen gepest[3]. De overheid is eindverantwoordelijke voor het leerplichtonderwijs. Zij subsidieert en controleert het hele onderwijs en dwingt daarnaast alle kinderen naar school te gaan. Door deze dwang kunnen kinderen geen kant op. Kinderen die gepest worden zijn machteloos en kunnen zich niet verweren. Ook is de overheid verantwoordelijk voor de Pabo-opleidingen en subsidieert zij veel wetenschappers. Wordt het niet eens tijd dat de Pabo’s wat gaan doen aan hun opleidingen, dat pesten goed onderzocht wordt en dat kinderen de mogelijkheid krijgen zichzelf te verweren tegen het pesten: een grote schending van hun mensenrechten.

[1] http://www.volkskrant.nl/wetenschap/socioloog-leraren-herkennen-pesten-slecht-ook-na-training-en-dat-is-zorgwekkend~a4452825/

[2] Scholen doen nog te weinig tegen pesten, 19-9-2016, Trouw

[3] https://www.dekinderombudsman.nl/92/ouders-professionals/publicaties/kinderrechtenmonitor-2013/?id=232

Boeklancering ‘Het gedwongen onderwijs voorbij’

Maandag 10 oktober 2016 lanceerde ik mijn boek bij Seats2Meet Utrecht CS tussen 16:00-18:00 uur.

 

Yolanda Eijgenstein, voorzitter van TEDxEducation, spreekt hier over het belang van het boek ‘Het gedwongen onderwijs voorbij’:


“Het gedwongen onderwijs voorbij’ confronteert de lezer in 11 mythes met de onderliggende aannames van het onderwijs en waarom deze niet kloppen.

Het boek laat zien dat de rechten van het kind cruciaal zijn voor het welzijn, leren en ontwikkelen van kinderen op school en waarom de kinderrechten nu binnen scholen geschonden worden. Het geeft een aantal voorbeelden van hoe het anders kan. De essentie is respect voor kinderen als volwaardige mensen.

untitledVeel kinderen en ouders ervaren problemen met school en ook in de politiek wordt hier over gesproken. De onderwijsdiscussie gaat echter al 100 jaar over hetzelfde, over de details van de onderwijspraktijk, waardoor Nederland geen stappen neemt om de noodzakelijke en fundamentele veranderingen binnen het onderwijs daadwerkelijk door te voeren.

Peter Hartkamp

De bijeenkomst werd verzorgd door S2M Utrecht CS www.seats2meet.com met dank aan Ronald van den Hoff.